Bootschool

Geert van der Kolk • 8 februari 2021

Toen we naar de Bahama's zeilden waren de kinderen elf en dertien. Ze zaten natuurlijk gewoon op school, maar in Amerika is het onderwijs op een unieke manier geregeld. Landelijke examens bestaan niet, er is geen ministerie dat toezicht houdt, alles gebeurt op plaatselijk niveau. Er zijn bovendien talloze particuliere scholen die zich van geen enkele inspectie iets aantrekken.

Nico en Jana zaten op de openbare gemeenteschool. Op advies van de directeur belde ik het kantoor van de wethouder en vertelde dat we een tijdje weg gingen.

'Hoe lang?' vroeg hij.
'Minstens een jaar,' zei ik.
'En waar gaat u naar toe?' 
'Eerst naar Florida, en dan naar de Bahama's.'
'Dus u verlaat onze gemeente?'
'Ja.'

'In dat geval bestaan wat ons betreft uw kinderen niet meer. Als ze terugkomen zullen ze een toelatingsexamen moeten doen om te kijken in welke klas ze thuishoren.'
Er is in Amerika wel leer-, maar geen schoolplicht. Je mag je kinderen rustig thuis lesgeven en als je daarvoor kiest, ben je geen uitzondering. Er zitten naar schatting anderhalf miljoen kinderen op 'home school.' De meesten komen uit streng religieuze gezinnen, die de openbare school goddeloos vinden en geen geld hebben voor een particulier alternatief. Maar de 'home school' is ook een uitkomst voor zeilers met schoolgaande kinderen.
Als je zelf geen onderwijzer bent is het idee dat je je eigen kinderen les moet geven een beetje intimiderend, maar in de praktijk valt het organiseren van een bootschool enorm mee. Elke fatsoenlijke boekwinkel heeft een kast vol zelfstudie-gidsen voor mensen die zich op eigen houtje voorbereiden op staats- en toelatingsexamens. De onderwerpen variëren van algebra tot Hebreeuws en biologie tot vaderlandse geschiedenis. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een test. Het enige dat ik hoefde te doen was de antwoorden, die achterin stonden, eruit knippen en de proefwerken nakijken.
Het mooie van een bootschool is dat je afgezien van verplichte nummers zoals talen en wiskunde, kunt onderwijzen wat je wilt. Wij bestudeerden elke vis, schelp en kreeft die we vingen, verdiepten ons in de identificatie van dolfijnen in Florida, de ruimtevaart toen we langs het Kennedy Space Center op Cape Canaveral zeilden en een space shuttle zagen opstijgen, de natuurlijke historie van haaien en mangroven, de geologie van de Bahama's, en tijdens het avondeten lazen we De avonturen van Huckleberry Finn, Macbeth, de Odyssee, de goede boeken van de Bijbel (Genesis, Samuël, Marcus) en Robert Graves' The Use and Abuse of the English Language.
We hadden een eenvoudige afspraak: school begint 's morgens vroeg. Als we op zee zijn en het is een beetje zwaar weer, hoef je niet te studeren. Aan de andere kant schaffen we het weekend af. Je doet elke dag drie verplichte hoofdstukken. Daarna ben je vrij.
De kinderen werkten in de kajuit zonder toezicht van ons. Ze waren altijd in twee en een half à drie uur klaar. Daarna verdwenen ze in de dinghy. Ze gingen naar het strand, of snorkelen en vissen met onze Hawaiian sling, een drietand die je met een dik elastiek afschiet. Als ze andere bootkinderen ontmoetten - en dat was in de Bahama's bijna op elk eiland het geval - zagen we ze pas tegen de avond terug.
Wij keken de proefwerken en de opstellen na. Het zag er allemaal redelijk goed uit, maar we wilden ook weten wat de kinderen zelf van onze bootschool vonden. Dus hielden we een evaluatie. Ze hadden maar één verzoek: meer zelfstandigheid.
'Als ik in een echte algebra-bui ben,' zei Nico, 'wil ik er mee doorgaan, en niet na één hoofdstuk overstappen naar Engels.'
'We weten precies hoeveel hoofdstukken er in elk boek staan,' zei Jana. 'We kunnen zelf ook wel uitrekenen hoeveel we moeten doen om aan het eind van het jaar klaar te zijn.'
Vanaf die dag maakten ze hun eigen lesprogramma, dat ze elke morgen op een papiertje bij ons inleverden.
Toen de kinderen terugkwamen op hun oude school moesten ze toelatingsexamen doen. De resultaten waren vernietigend, voor de school. Hoewel Jana en Nico minder dan de helft van de tijd aan schoolwerk hadden besteed dan hun klasgenoten, konden ze allebei een jaar overslaan in algebra, Jana ook in Frans, en Nico hoefde helemaal geen meetkunde meer te doen.
Ze hebben tijdens hun jaar op de boot ook dingen geleerd die op het programma van geen enkele school staan en misschien in hun latere leven niet zo vreselijk nuttig zullen zijn: zeilen op een oude sloep, vissen in de Golfstroom, aanleggen met een dwarswind, olie van een dieselmotor verversen, voor anker gaan in water met wisselende stroming, knoeien met epoxy, een koers bepalen met kaartpasser en parallel-linealen. Maar ze hebben ook de onafhankelijkheid en vrijheid ervaren die de essentie zijn van een lange zeiltocht.


door Geert van der Kolk 28 juli 2026
Père Lachaise worked in education, but he owes his fame to his side job as confessor to Louis XIV. He lived with a pack of Jesuits in a large house on the east side of the city. The revolution not only made short work of the monarchy, but also of the Catholic Church's real estate. Napoleon had the Jesuits' vegetable garden ploughed up and turned it into a public cemetery. It is only a fifteen-minute walk from my apartment, and I pop over there every now and then to visit Proust and Oscar Wilde. If you get lost—and that is a pleasure among the large old trees—you sometimes bump into Chopin, or Modigliani, or Jim Morrison. One afternoon, as I was looking for the exit, it occurred to me that the cemetery is so famous that if you ever want to be buried there yourself, you have to think ahead a bit. I assumed there would be a substantial waiting list and that it was high time to put my name on it. I hoped you would be able to indicate a preference. I could, after my death, live with idea of having Proust or Wilde as a neighbor. Or with Edith Piaf; she’ll probably keep her mouth shut in the evenings now. Preferably not Morrison; I’ve always thought he was a pretentious loudmouth. Most of all, I would like to lie next to the Mur des Fédérés, in a corner of the cemetery, where the last Communards gathered in late May 1871 after their attempt to turn Paris into something socialist had failed. They held out to the last man against the government army. That was heroic, and practical too. They could be buried right there on the spot. The cemetery’s office is on all sides surrounded by gravestones, so you can get used to the idea. And there is no waiting list. At first, I misunderstood that. For a moment, I thought you could just knock on the gate when the time came. That seemed a reassuring thought to me, and of course, it was too good to be true. The official on duty, a friendly man who gave the impression that he often talked with people who think about death, explained that you had to call to ask if there was a spot available. One may only call if one lives in Paris, he said—which seemed quite logical to me at a municipal cemetery—and if one is dead. In French, you can get away with that; “on” is much more versatile than one —so he didn't understand why I had to hold back my laughter. A waiting list, he concluded, would be unfair. Every citizen, rich or poor, famous or obscure, must have the same chance. During our conversation, he received three calls and had to turn people away each time. ‘Do you ever have funerals here?’ I asked. 'Certainly, monsieur ‘,’ said the official proudly. ‘Many families have thought about the future and have a grave with some space left. And sometimes someone who calls gets lucky; that happens too. Moreover, there is always room in our crematorium.’
door Geert van der Kolk 28 juli 2026
Père Lachaise werkte in het onderwijs, maar hij dankt zijn faam aan zijn bijbaantje als biechtvader van Lodewijk XIV. Hij woonde met een roedel jezuïeten in een groot huis aan de oostkant van de stad. De revolutie maakte niet alleen korte metten met het koningshuis, maar ook met het vastgoed van de katholieke kerk. Napoleon liet de moestuin van de jezuïeten omploegen en maakte er een openbare begraafplaats van. Het is maar een kwartiertje van mijn appartement en ik loop er zo nu en dan even heen om bij Proust en Oscar Wilde langs te gaan. Als je verdwaalt - en dat is een genoegen tussen de grote oude bomen - kom je soms zomaar Chopin tegen, of Modigliani, of Jim Morrison. Op een namiddag toen ik op zoek was naar de uitgang kwam het bij me op dat de begraafplaats zo beroemd is dat je, als je er zelf ooit wilt liggen, een beetje vooruit moet denken. Ik nam aan dat er een flinke wachtlijst zou zijn en dat het hoog tijd was om mijn naam erop te zetten. Ik hoopte dat je een voorkeur zou kunnen opgeven. Met Proust of Wilde als buurman zou ik na mijn dood best kunnen leven. Of met Edith Piaf, die zal nu ‘s avonds haar mond wel houden. Morrison liever niet, die heb ik altijd een pretentieuze schreeuwlelijk gevonden. Het liefste zou ik bij de Mur des Fédérés liggen, in een uithoek van de begraafplaats, waar de laatste Communards zich eind mei 1871 verzamelden nadat hun poging om van Parijs iets socialistisch te maken was mislukt. Ze hielden tot de laatste man stand tegen het leger van de regering. Dat was heroïsch, en ook praktisch. Ze konden meteen ter plekke worden begraven. Het bureau dat erover gaat is midden tussen de grafzerken, zodat je vast aan het idee kunt wennen. En er is geen wachtlijst. Eerst begreep ik dat verkeerd. Ik dacht even dat je gewoon kon aankloppen als het zover was. Dat leek me een geruststellend idee en het was natuurlijk te mooi om waar te zijn. De dienstdoende ambtenaar, een vriendelijke man die de indruk wekte dat hij vaak sprak met mensen die over de dood nadenken, legde uit dat je moest bellen om te vragen of er plaats was. Men mag alleen bellen als men in Parijs woont, zei hij, wat mij nogal logisch leek op een gemeentelijke begraafplaats, en als men dood is. In het Frans kan je dat maken, “on” is veelzijdiger dan ons “men”, dus hij snapte niet waarom ik mijn lachen in moest houden. Een wachtlijst, besloot hij, zou onrechtvaardig zijn. Elke burger, arm of rijk, beroemd of obscuur, moet dezelfde kans hebben. Tijdens ons gesprek werd hij drie keer gebeld en moest telkens nee verkopen. ‘Vinden hier ooit begrafenissen plaats?’ vroeg ik. ‘Jazeker, monsieur,’ zei de ambtenaar trots. ‘Veel families hebben aan de toekomst gedacht en beschikken over een graf waar nog wat plaats over is. En soms heeft iemand die opbelt ineens geluk, dat komt ook voor. Bovendien is er altijd ruimte in ons crematorium.’
Photo of a boy writing on a boot
door Geert van der Kolk 4 maart 2021
When we sailed to the Bahamas, the children were eleven and thirteen. They were in school, of course, but in the US education is organized in a unique way. There are no national examinations, there is no Federal oversight or inspection, everything is done at a local level. In addition, there are countless private schools that do not answer to any authority. Nico and Jana attended the public school. On the advice of the principal I called the County Commissioner and told him we were going away for a while. 
Foto van de auteur Geert van der Kolk
door Geert van der Kolk 1 maart 2021
In the autumn of 1980 I traveled by train from Holland via Osnabrück and Hanover to East Berlin. I was twenty-six at the time. On the way I read "The Berlin Stories" by the English writer Christopher Isherwood, who was riding the same rails exactly fifty years earlier, when he was twenty-six.
Photo of a typewriter
door Geert van der Kolk 6 februari 2021
'He live here?' the punk asked. 'This is a restaurant.' 'It's the right address ,' I said. We parked at the bottom of the hill, at the river bank. 'Caddie ain't here,' the punk said. He had a talent for making superfluous remarks. The parking lot was empty. I straightened my tie and got out of the car. The punk didn't move.
Foto van een boot op het water met blauwe lucht
door Geert van der Kolk 30 januari 2021
Even dachten we dat we in de verte een grote witte stad zagen. We zagen paleizen en kathedralen en herenhuizen met hoge puntdaken, die waren omringd door een muur met glinsterende torens. In werkelijkheid waren het honderden immense ijsbergen die de horizon van noord tot zuid opvulden. Toen we dichterbij kwamen brak de muur van ijs open en tussen de grote bergen lagen velden vol schotsen en kleinere ijsbrokken. We hadden nog tien mijl te gaan tot Ilulissat aan de mond van de Jakobshavn Isfjord, maar konden niet verder. De Isfjord is de grootste gletscher aan de westkust van Groenland en de baarmoeder van alle ijsbergen in de Atlantische Oceaan. 
Foto van een typemachine
door Geert van der Kolk 23 januari 2021
Teresa was na de Fiesta van de heilige Salvador in de stad blijven hangen, meer zomaar dan met opzet, en na een week was haar geld op. 'Ik blijf liever hier,' zei ze. 'Thuis in Gotera is toch geen werk, en het is er zo saai door de oorlog.' Ze zat op de rand van Antonieta's bed. 'Blijf dan,' zei Antonieta vanuit de douche. Ze waste haar voeten in de wasbak. 'Hoe laat is het? Is het al zo laat? Het water is op.' 'Ik heb geen geld,' zei Teresa. 'Don Berto vroeg gisteren wanneer ik zou betalen, omdat hij ook rekeningen heeft.' Antonieta kwam uit de douche, in een vuilwit nachthemd. 'Ik wou dat het meer regende, dan hadden we meer water ' 'Je kan ook eerder opstaan,' zei Teresa, die haar kleren al had gewassen in de 
Foto van de auteur Geert van der Kolk
door Geert van der Kolk 26 november 2020
 In het najaar van 1980 reisde ik met de trein via Osnabrück en Hannover naar Oost-Berlijn. Ik was toen zesentwintig. Onderweg las ik 'The Berlin Stories' van de Engelse schrijver Christopher Isherwood, die precies vijftig jaar eerder, toen hij zesentwintig was, over dezelfde rails reed.
Foto een schilderij van Gatsby met blauwe achtergrond
door Geert van der Kolk 26 november 2020
I n Washington  ging ik elke drieduizend mijl met mijn auto naar de Ford garage in Rockville, een grote, kleurloze voorstad. De servicebeurt (olie verversen, nieuwe filters, wielen verwisselen indien nodig) duurde ongeveer een uur. Er was een wachtkamer met een koffieautomaat, een televisie en oude jaargangen van National Geographic Magazine, maar ik ging altijd naar buiten en liep langs de showroom met nieuwe Mustangs en Thunderbirds en de parkeerplaats met occasions, langs een elektronica discount en een meubelpaleis. Mijn bestemming was het kerkhof van St. Mary’s Catholic Church. Daar ligt, ingeklemd tussen de zes rijbanen van Rockville Pike, de vier rijbanen van Veers Mill Road en het dubbelspoor van de metro, F. Scott Fitzgerald begraven.